Landschap
Externe links:    Gemeente Delfzijl    IVAK    Kunsthuis Oal Eer
De Johannes Kerkhovenpolder.
Vanaf 1841 ging de Nederlandse Staat over tot de verkoop van kwelders en slikken langs de Groninger kust. Veel notabele Groningers wisten één of meer kavels te bemachtigen. Ook de stad Groningen kreeg in die tijd grote stukken land in haar bezit. Enkele kavels, waaronder kavel 13, werden gekocht door een groep mensen die ervaring hadden met het droogleggen van de Noord-Hollandse veenplassen. Kavel 13 bestond voor een belangrijk deel uit natte slikken. De nieuwe eigenaren zagen mogelijkheden om ook die in te polderen. Ze richten daarvoor een maatschappij op. Heel veel jaren later en na heel veel tegenslag is de Johannes Kerkhovenpolder ontstaan, veel kleiner dan aanvankelijk was gedacht. Van de natte slikken werd nauwelijks iets ingepolderd.

Voorwaarden
Op 4 oktober 1845 wordt de “Maatschappij tot inpoldering van den Dollard Nederlands gedeelte” opgericht, later ook wel M.T.I. of de Hollandse Maatschappij genoemd. Op 27 december 1845 komt de Maatschappij in het bezit van de kavels 5, 6, 7 en 13, totaal ongeveer 2020 ha. Aan de verkoop werd een aantal voorwaarden verbonden die grote risico’s inhielden voor de Maatschappij en zijn aandeelhouders. Deze voorwaarden waren:
­- de werkzaamheden moesten voor 7 september 1847 zijn begonnen;
­- de werkzaamheden mochten daarna niet langer dan 5 jaar worden verlaten (stilgelegd);
­- de inpoldering moest voltooid zijn binnen 30 jaren na ondertekening van de verkoopakte dus voor
  27 december 1875. Inpoldering betekende hier, dat een stuk kwelder-slikken-water moest zijn omsloten door een dichte dijk.
Indien niet aan de voorwaarden zou worden voldaan, verviel de verkoopakte.
De verkoopprijs bedroeg 70.000 gulden te betalen in twee termijnen, de eerste bij aanvang
(6 mei 1846) en de tweede een jaar later dus mei ’47.
In eerste instantie werd gedacht aan het inpolderen van 900 ha M.T.I.-bezit en 250 ha achter de Vijfde Laan (vergunning bij KB van 23 april 1846). Bankier werd Buijs en Co uit Amsterdam. Deze verstrekte een bedrag van
fl. 800.000, waarbij de gronden als onderpand voor de hypotheek golden.
De kosten voor inpoldering van het eerste deel (900 ha) werden geschat op fl. 535.000. De bank zou, om dit geld binnen te krijgen, 800 obligaties van fl. 1000,= uitgeven met een looptijd van 40 jaar.
De gehele onderneming zag er gezond uit.