Landschap
Externe links:    Gemeente Delfzijl    IVAK    Kunsthuis Oal Eer
Het vergeten klooster van Dallingeweer
De afbraak van gebouwen en hergebruik van de materialen, bijvoorbeeld een klooster, gebeurde soms zo grondig dat er vrijwel niets herkenbaars over bleef. Uit oude bronnen valt soms nog af leiden dat “ergens” iets heeft gestaan. Onderzoek in de bodem levert soms informatie waaruit het bestaan van “iets” met enige zekerheid kan worden aangetoond.
Uit de bronnen blijkt, dat in het Cley-Oldambt e.o. vrij veel kloosters gestaan hebben, die aan verschillende orden hebben toebehoord. De bekende kloosters waren :
- de abdij St. Benedictus of het Grijze Monnikenklooster bij Baamsum (cisterciënzer orde);
- de commanderij Oostwierum bij Heveskes (johannieter orde);
- de abdij Porte Maria te Palmar, ten oosten van Termunten; verdwenen in de Dollard omstreeks 1500 (premonstratenzer orde);
- dominicanessenklooster te Reide; is verdwenen bij de inbraak van de Dollard.
Er waren eveneens aanwijzingen dat in het Cley-Oldambt nog een klooster heeft gestaan.
In 1979 en 1980 hebben de heren Georgius en Hazelhoff op grond van kennis, vermoedens en oude bronnen de enige plek, die als plaats van vestiging in aanmerking kwam, nl. de wierde van Dallingeweer, onderzocht. Zij kwamen inderdaad tot de conclusie, dat hier het Grijze Nonnenklooster, het klooster Trimunt, gelegen heeft, dat tot de cisterciënzer orde behoorde.
De wierde van Dallingeweer heeft drie toppen. Is Trimunt naar deze “tres montes”(=drie bergen Lat,) genoemd?
Dat dhr. Hazelhoff er vrij zeker van is, hier te doen te hebben met het klooster “Trimunt”, baseert hij o.m. op het feit, dat er fragmenten van grafzerken uit ca. 1200 zijn gevonden, waarvan één met kromstaf. Alleen abten van een cisterciënzer klooster kregen een zerk.
Binnen het christendom wordt de kromstaf gebruikt als één van de pontificalia (voorwerpen, insignes) die dienen als uiterlijke tekens van de waardigheid van bisschoppen en abten.
Lees verder