Kerken
Externe links:    Gemeente Delfzijl     IVAK    Kunsthuis Oal Eer
Maak uw keus
Het geslacht Ripperda moet worden gerekend tot de oudste en voornaamste adellijke geslachten van Nederland. Het is vrijwel zeker dat het geslacht uit Oost Friesland stamt. Het dankt zijn invloed in de Ommelanden vooral aan de functie van deken van het dekenaat (proosdij) Farmsum. De Ripperda’s bestuurden het dekenaat vanuit het Huis van Farmsum.
De naam Ripperda wordt in een Duits geschrift genoemd als voorkomend in 1057; dan is er sprake van een zekere Frerik Ripperda. In 1247 komt de naam Ripperda opnieuw voor; dan vanwege een vete tussen de Ripperda’s en de Alberda’s.
De Ripperda’s besturen dan nog niet het dekenaat Farmsum. Vanaf het midden van de twaalfde eeuw bezitten mannen met namens als Sigrepus, Gaijko, Sikko en Gaiko het dekenaat Farmsum. Deze mannen behoorden tot eenzelfde familie. In 1271, als Gaiko is overleden, verwerft en zekere Rodbern het dekenaat Farmsum voor zijn zoon Hessel. Rodbern bewoont in die tijd een steenhuis (een sterk kasteel) in Farmsum. Mogelijk is dit het eerste Huis van Farmsum geweest, maar is vernietigd in 1271. De naam Ripperda komt daarna veelvuldig voor, bijvoorbeeld als medezijlrechter van Winsum; Thiacko Ryperta als mede-belanghebbende bij een overeenkomst over het redgerschap in Holwierde. Invloed uitoefenen of in openbare functies worden benoemd is in die tijd voorbehouden aan mensen of families die bezittingen (landeriijen en/of een heerd) hebben.

Het proosdij ook wel dekenaat genoemd, Farmsum omvattte het gehele Oldambt en het oosten van Fivelingo.
Fotogalerij Lees verder

Omstreeks 1335 ontstaat er meer duidelijkheid omtrent het geslacht Ripperda. In dat jaar wordt Unico Ripperda geboren. Deze Unico (Unico 1) komt in vijf verschillende oorkonden voor als Unico, Uniko maar ook Umke, Oncko en Oeneke. Met de Onsta’s, Addinga’s, Van Ewsums en Manninga’s behoren de Ripperda’s vanaf die tijd tot de machtigste  Ommelander hoofdelingengeslachten. Ze bezitten verschillende rechten zoals het redgerrecht (rechtspraak), jacht- en visrechten, zijl- en dijkrechten enz. De Ripperda’s krijgen het dekenaat Farmsum in bezit; aan dit ambt zijn onder andere het collatierecht (recht om de pastoor, onderwijzer en personen in verschillende ambten te benoemen) verbonden en het recht om belastingen te innen.

Het geslacht Ripperda bestaat aanvankelijk uit drie hoofdtakken, nl. de takken Farmsum, Oosterwijtwerd en Winsum.

De Ripperda’s verspreiden zich daarna over alle gewesten. Ze bekleden belangrijke bestuurlijke en militaire functies. Hun aanzien, macht en rijkdom nemen snel toe. Door huwelijken weten ze hun invloed ook naar het buitenland uit te breiden. De Ripperda’s worden een wijdverspreid geslacht met takken in: Oost Friesland, de Ommelanden, Drenthe, Gelderland, Overijssel, Westfalen, Pruisen, Oostenrijk, Hongarije, Spanje en Denemarken.