Kerken
Externe links:    Gemeente Delfzijl     IVAK    Kunsthuis Oal Eer
Maak uw keus
De toepassing van romano-gotische motieven bij het koor van de kerk in Termunten is, zeker voor een gewone parochiekerk, bijzonder uitgewerkt en is een verwijzing naar de welvaart van deze plaats destijds. Langs de dakrand loopt een rondboogfries dat ook al bij Romaanse kerken te zien is. De muren zijn verticaal geleed door rondstaven en verheffen zich vanuit een geglazuurde voet. De ramen hebben al behoorlijk spitse bogen en zijn voorzien van kraalprofielen. Daarnaast zijn er blindnissen met siermetselwerk die de aanblik van het muurwerk verlevendigen. Heel bijzonder zijn de ronde vensters, oculi (= ogen Lat.) genaamd, met vier- en zespas (trapsgewijze lagen steen) omlijstingen
Ook de binnenzijde van het koorgedeelte is uitzonderlijk rijk uitgevoerd voor een dorpskerk; met nissen en muurzuiltjes met fraai gevormde kapitelen en een onderverdeling in een beneden- en een bovenzone.
In de noordmuur is bij de achterzijde de nis te zien waarin de piscina was aangebracht. De piscina was een soort gootsteentje waarin de priester na de wijding van de hostie zijn handen en het liturgisch vaatwerk waste om te voorkomen dat kruimels daarvan op ongewijde grond zou komen. Het spoelwater kwam via een kleine opening op het kerkhof terecht. Vandaar het spreekwoord “Gods water op Gods akker laten lopen”.
Na de Reformatie werd de blikrichting van de gelovigen 180 graden gedraaid. Hun ogen waren niet langer meer gericht op het oostelijke koor met het altaar, maar naar de kansel. Op de galerij boven de kansel staat een Lohmanorgel uit 1864 dat uit de Doopsgezinde kerk van Noordbroek is gered. Fraai is ook het doopvont van Bentheimer zandsteen. Dit vont, gemaakt omstreeks 1200, is afkomstig uit de kerk van het naburige Heveskes. In de kerk staat, tegen de muren, een aantal grafzerken opgesteld, terwijl achter in het koor in de vloer nog één grafzerk ligt.
De kerk is bij de bevrijding (1945) zwaar beschadigd en in 1951 gerestaureerd. Toen is het, voor de romano-gotiek kenmerkende, meloengewelf aangebracht, waarbij de ribben anders dan in de gotiek, geen dragende functie vervullen. De niet oorspronkelijke westtoren is in dat jaar toegevoegd.
De dertiende-eeuwse kerk was niet de eerste stenen kerk op deze plaats. In de overgebleven aanzetten van de afgebroken dwarsarmen is naast baksteen ook tufsteen te zien. Vóór de introductie van de baksteentechniek rond 1200 werd deze steen voor de bouw van kerken ingevoerd vanuit het Eifelgebergte. De tufstenen kerk is in de twaalfde, of misschien late elfde eeuw, gebouwd en was, evenals haar opvolger, een kruiskerk. Qua afmetingen was de tufstenen kerk natuurlijk veel bescheidener en had een halfronde apsis die typerend is voor de romaanse kerkarchitectuur.
Vorige pagina